ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1549
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring Unieburger wegens ernstige strafrechtelijke veroordelingen en actuele bedreiging openbare orde
Eiser, een Poolse Unieburger, is in juni 2008 onherroepelijk veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van groepsverkrachting en diefstal met braak. Tevens is hij meerdere malen in Polen en Nederland veroordeeld voor diverse strafbare feiten, waaronder winkeldiefstallen. Op grond hiervan heeft verweerder in juli 2008 het verblijfsrecht van eiser beëindigd en hem ongewenst verklaard.
De rechtbank toetst of het besluit tot ongewenstverklaring in overeenstemming is met het gemeenschapsrecht en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Verweerder heeft gemotiveerd dat het persoonlijke gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, mede gelet op de ernst van de gepleegde misdrijven en het voortzetten van criminele activiteiten.
Eiser heeft aangevoerd dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd en dat zijn gedrag geen ernstige bedreiging vormt. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht een belangenafweging heeft gemaakt en dat het besluit zorgvuldig en deugdelijk is gemotiveerd. Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.
Ten aanzien van het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht stelt de rechtbank dat eiser geen belang heeft bij inhoudelijke beoordeling zolang de ongewenstverklaring voortduurt. Dit beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk.