ECLI:NL:RBSGR:2010:BL4525
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering premievervangende belasting bij erkend gemoedsbezwaarde niet onrechtmatig
Eiser, erkend gemoedsbezwaarde, vulde in zijn aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2001 tot en met 2004 in dat hij was vrijgesteld van premieheffing. Hierdoor werden voor deze jaren aanslagen opgelegd zonder premieheffing, wat leidde tot teruggaven.
In 2006 ontdekte de Belastingdienst dat ten onrechte geen premievervangende belasting was geheven en legde navorderingsaanslagen en vergrijpboeten op voor de jaren 2002 tot en met 2004. Eiser stelde dat geen nieuw feit bestond dat navordering rechtvaardigde en dat de Belastingdienst ambtelijk verzuim had gepleegd door niet eerder onderzoek te doen.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur op de aangiften mocht vertrouwen en pas bij gerechtvaardigde twijfel nader onderzoek moest instellen. De aangiften boden geen duidelijke aanwijzing voor onjuistheid of wijziging van de status van gemoedsbezwaarde. Het latere onderzoek vormde een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de toelichting bij de aangifte 2001 niet voor latere jaren gold.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees ook het beroep tegen de in rekening gebrachte heffingsrente af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen premievervangende belasting voor 2002-2004 zijn terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.