ECLI:NL:RBSGR:2010:BL2385

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
20 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09/3745
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T. van Rij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.17 Wet IB 2001Art. 8:67 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kosten celtherapie door heilpraktiker niet aftrekbaar als uitgaven wegens ziekte

Eiseres, lijdend aan Multiple Sclerose, onderging in Duitsland celtherapie bij een heilpraktiker. Zij vorderde aftrek van de kosten als uitgaven wegens ziekte op grond van artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet IB 2001. De Belastingdienst weigerde deze aftrek omdat de behandeling niet door een BIG-geregistreerde arts werd voorgeschreven of begeleid.

De rechtbank bevestigde dat voor aftrek vereist is dat de behandeling plaatsvindt op voorschrift of onder rechtstreeks toezicht van een arts zoals bedoeld in Nederlandse wetgeving. Hoewel de behandeling door de heilpraktiker werd uitgevoerd en de huisarts de therapie ondersteunde, ontbrak een verwijzing of toezicht door een BIG-geregistreerde arts.

De rechtbank concludeerde dat de kosten van de celtherapie daarom niet als aftrekbare uitgaven wegens ziekte kunnen worden aangemerkt. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van de kosten van celtherapie door een heilpraktiker af.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht
Afdeling 4, enkelvoudige kamer
Procedurenummer: AWB 09/3745 IB/PVV
Uitspraakdatum: 20 januari 2010
Proces-verbaal van de mondelinge UITSPRAAK ingevolge artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
in het geding tussen
[X], wonende te [Z], eiseres,
en
de inspecteur van de Belastingdienst [te P], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 17 april 2009 op het bezwaar van eiseres tegen de aan eiseres voor het jaar 2006 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. (aanslagnummer [nummer]).
I ZITTING
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 januari 2010.
Eiseres is daar in persoon verschenen, vergezeld van haar echtgenoot en bijgestaan door mr. [A]. Namens verweerder is verschenen [B].
Gelijktijdig met de onderhavige zaak is behandeld het beroep van de echtgenoot van eiseres met procedurenummer 09/3746 IB/PVV.
IIBESLISSING
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
IIIOVERWEGINGEN
1.Met dagtekening 19 december 2008 is aan eiseres een definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd voor het jaar 2006. Bij het regelen van de aanslag is verweerder afgeweken van de aangifte in die zin dat een bedrag van € 7.688 aan persoonsgeboden aftrek (ziektekosten) niet is geaccepteerd.
2.Eiseres lijdt aan Multiple Sclerose (MS). Omdat er geen erkende medische behandelingen bestaan voor haar aandoening laat zij zich in Emmerich in een praktijk voor natuurheelkunde behandelen door de heilpraktiker [C]. De behandeling bestaat uit het toedienen van celstoffen door middel van injecties.
3.Ingevolge artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet IB 2001 worden als uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling, voor zover hier van belang aangemerkt, de daarmee verband houdende uitgaven voor genees- en heelkundige hulp.
4.Als uitgaven voor geneeskundige hulp in de zin van vorenbedoelde wetsbepaling zijn aan te merken uitgaven voor een complex van onderling samenhangende en op elkander afgestemde maatregelen, door middel waarvan op voorschrift van een arts en onder rechtstreeks toezicht of rechtstreekse begeleiding van een arts of andere medisch geschoolde hulpverlener wordt gepoogd de fysieke en psychische toestand van een patiënt tot de voor hem optimale graad op te voeren, dan wel die zo goed mogelijk in stand te houden.
(vgl. Hoge Raad, 23 februari 2007, 42 382; LJN: AY8480)
5.In geschil is de vraag of de kosten van de door eiseres ondergane celtherapie op de voet van artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet IB2001 aftrekbaar zijn. Eiseres beantwoordt deze vraag bevestigend. Verweerder ontkennend. De hoogte van de kosten en de verdeling daarvan tussen eiseres en haar echtgenoot is niet in geschil.
Voorts is niet in geschil dat eiseres lijdende is aan een ernstige aandoening en dat zij baat heeft bij de door de heilpraktiker [C] uitgevoerde behandelingen.
6.De rechtbank overweegt als volgt.
Indien een behandeling plaatsvindt onder verantwoording van een arts, waaronder blijkens de jurisprudentie moet worden verstaan: op advies en/of onder begeleiding van een arts, ook al geschiedt de feitelijke behandeling door iemand die naar Nederlandse begrippen niet als genees- of heelkundige hulpverlener wordt beschouwd, kan worden gesproken van genees- of heelkundige hulp, en kunnen de kosten daarvan als uitgaven ter zake van ziekte e.d. in aanmerking komen (vgl. HR. 22 oktober 1980, 20 145; LJN AW9872). Het naar Nederlandse begrippen niet zijn van arts van de heilpraktiker [C] staat in die zin op zich aan aftrek van de behandelingskosten niet in de weg.
De eerste voorwaarde echter om in aanmerking te komen voor aftrek van kosten van een behandeling als buitengewone lasten in verband met ziekte is dat die behandeling geschiedt op voorschrift van een arts, waaronder naar het oordeel van de rechtbank een arts naar Nederlandse begrippen, derhalve een BIG-geregistreerde medicus, moet worden verstaan. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Uit de zich bij de stukken bevindende verklaringen van de huisarts [D] en de specialist [E], blijkt niet van enige verwijzing naar [C]. Evenmin is sprake van rechtstreeks toezicht of rechtstreekse begeleiding door deze of (een) andere arts(en) op de door [C] uitgevoerde behandeling. De enkele verklaring van de huisarts dat hij de behandeling ondersteunt omdat deze een merkbare ondersteuning van de lichamelijke klachten van eiseres geeft, is daartoe onvoldoende.
Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Aldus vastgesteld door mr. T. van Rij, in tegenwoordigheid van de griffier mr. P.C. Stroebel.
Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.