ECLI:NL:RBSGR:2009:BL8962
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.S.M. Bak
- C. van Linschoten
- W.F. Bijloo
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht gezinslid derde land op grond van gemeenschapsrecht wegens ontbreken gezamenlijk verblijf in andere lidstaat
Eiser, een vreemdeling van Indonesische nationaliteit, verzocht om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf in Nederland als gezinslid van een Nederlandse gemeenschapsonderdaan zou bevestigen. Verweerder weigerde dit op grond van het ontbreken van een gezamenlijk verblijf in een andere lidstaat voorafgaand aan vestiging in Nederland.
De rechtbank toetste het besluit aan de relevante bepalingen van de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000, en de richtlijn 2004/38/EG, alsmede aan de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap, waaronder het arrest Metock. Uit deze jurisprudentie volgt dat een vreemdeling uit een derde land alleen een verblijfsrecht aan het gemeenschapsrecht kan ontlenen indien sprake is geweest van gezamenlijk verblijf met de Nederlandse partner in een andere lidstaat.
In deze zaak had eiser ten tijde van het verblijf van zijn partner in Spanje nog geen relatie met haar, wat betekent dat hij niet kan worden aangemerkt als partner in de zin van artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het recht op gezins- en privéleven werd niet aanvaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van de kosten af.
De rechtbank liet een nieuw aangevoerde beroepsgrond buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters op 4 december 2009.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van het verblijfsdocument bevestigd.