ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9829
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit toelating Turkse zelfstandige wegens strijd met Aanvullend Protocol
De zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van 8 december 2008 tot afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige. Het geschil draait om de toepassing van het criterium 'wezenlijk Nederlands belang' dat sinds 1 januari 1973 geldt voor toelating van vreemdelingen die als zelfstandige in Nederland willen werken.
De rechtbank stelt vast dat de Minister van Economische Zaken sinds 1973 de invulling van dit criterium herhaaldelijk heeft gewijzigd, waarbij het beleid feitelijk is aangescherpt. Dit blijkt uit een brief van 19 mei 2009, waarin wordt toegelicht dat aanvankelijk een aanmoedigingsbeleid gold, maar dat later strengere eisen werden gesteld, zoals het voldoen aan de Vestigingswet en het voorkomen van marktverzadiging.
De rechtbank oordeelt dat deze aanscherping in strijd is met artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol, dat nieuwe beperkingen op de vestiging van Turkse zelfstandigen verbiedt. Het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen nader onderzoek te doen naar de gevolgen van de beleidswijzigingen voor eiser. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met artikel 41 van het Aanvullend Protocol en onvoldoende motivering.