ECLI:NL:RBSGR:2009:BK8531
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens gebrek aan spoedeisend belang in vreemdelingenzaak
Verzoekers, burgers van Rusland, dienden verzoeken in voor een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Zij stelden dat spoedeisend belang bestond vanwege de verplichting binnen 24 uur Nederland te verlaten en een medische noodsituatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de enkele omstandigheid dat een besluit voor uitvoering vatbaar is, geen spoedeisend belang oplevert zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Ook de mogelijke bewaring of beëindiging van opvangvoorzieningen en de medische situatie van verzoekster veranderden dit niet, omdat geen concrete aanwijzingen bestonden dat een daadwerkelijke uitzetting op korte termijn zou plaatsvinden.
Verzoekers voerden aan dat hen een effectief rechtsmiddel zou zijn ontnomen in strijd met artikel 13 EVRM Pro, maar dit werd verworpen. De voorzieningenrechter stelde dat de regeling in artikel 8:81 Awb Pro toereikend is en verwees naar eerdere jurisprudentie ter ondersteuning.
Gezien het ontbreken van spoedeisendheid werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E.H.M. Druijf op 17 december 2009.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.