ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6642
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th.W. van Ravenstein
- A.H. Bergman
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het criterium wezenlijk Nederlands economisch belang bij zelfstandige arbeid van Turkse vreemdeling
Eiser, een Turkse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid als zelfstandige. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser volgens het gehanteerde criterium geen wezenlijk Nederlands economisch belang diende en bovendien niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Eiser betoogde dat het criterium en het mvv-vereiste in strijd zijn met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije, en dat verweerder ten onrechte het beroep op het motiveringsbeginsel had afgewezen. De rechtbank onderzocht de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeerde dat het criterium van wezenlijk Nederlands economisch belang sinds 1973 bestaat en dat beleidsmatige wijzigingen in de invulling daarvan geen aanscherping van het criterium vormen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiser niet voldeed aan het criterium en dat het ontbreken van een geldige mvv geen zelfstandige grond is om de vergunning te weigeren zonder nadere toetsing. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat het beleid niet in strijd is met de standstill-bepaling en het motiveringsbeginsel niet is geschonden.
Er werden geen proceskosten toegewezen. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor de verblijfsvergunning wordt afgewezen.