ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4683
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hypotheekrenteaftrek erfgenamen eigen woning na overlijden niet toegestaan
In deze zaak betwist eiseres dat de door haar betaalde hypotheekrente over de eigen woning van haar overleden echtgenoot, een erfgenaam, in aftrek kan worden gebracht bij haar inkomstenbelasting. De woning stond na het overlijden leeg en was te koop aangeboden. Volgens eiseres zou de woning vanwege erfopvolging ook voor haar als eigen woning moeten gelden.
De rechtbank stelt dat de kwalificatie van eigen woning volgens artikel 3.111 van de Wet IB 2001 afhankelijk is van het feitelijk gebruik als hoofdverblijf door de belastingplichtige of diens huishouden. Aangezien eiseres en haar huishouden niet in het appartement woonden en het appartement leeg stond, is het geen eigen woning voor haar.
De rechtbank wijst verder het beroep af dat de fiscale kwalificaties van de erflater automatisch overgaan op de erfgenamen, omdat de Wet IB 2001 de persoonlijke omstandigheden van de belastingplichtige centraal stelt. Ook het aangehaalde arrest van de Hoge Raad uit 1993 wordt anders geïnterpreteerd dan door eiseres.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de hypotheekrente niet aftrekbaar is voor erfgenamen die niet in de woning wonen.