ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3729
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslag loonbelasting en boete wegens niet-naleving administratieplicht
Eiser, een agrarisch loonbedrijf in de vorm van een eenmanszaak, kreeg voor de jaren 2002 en 2003 een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd wegens niet afgedragen bedragen en onvolledige loonadministratie. Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan de administratie- en bewaarplicht, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en een redelijke schatting van de verschuldigde belasting kon worden gemaakt.
Eiser voerde aan dat de berekening van de gewerkte uren onjuist was, onder meer omdat hij zelf meer uren had gewerkt, het uurtarief hoger was dan gehanteerd en er niet meer dan acht werknemers waren. De rechtbank oordeelde dat eiser deze stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat de berekeningen van verweerder, gebaseerd op administratiegegevens en branchegegevens, redelijk waren. Ook de toepassing van het anoniementarief werd als gerechtvaardigd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar tegen de boetebeschikking, maar matigde de boete ambtshalve met vijf procent wegens overschrijding van de redelijke termijn. Proceskosten werden niet toegewezen. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Beroep tegen naheffingsaanslag loonbelasting en boete ongegrond verklaard, boete ambtshalve verminderd wegens termijnoverschrijding.