ECLI:NL:HR:1996:AA1959
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid naheffingsaanslag loonbelasting ondanks termijnoverschrijding en brutering zwart loon
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over 1986 wegens niet-aangegeven loonbetalingen aan werknemers die zwart werden uitbetaald. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de aanslag nietig was wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende door een verklaring waarin een compromis werd gesloten afstand had gedaan van het inroepen van nietigheid wegens termijnoverschrijding. Het Hof had dit terecht als bindend beschouwd. Verder bevestigde de Hoge Raad dat de brutering van het zwart uitbetaalde loon, waarbij een tarief van 40% loonbelasting werd toegepast, terecht was omdat belanghebbende en zijn werknemers bewust hadden gekozen voor netto-uitbetaling zonder inhouding van belasting.
De Hoge Raad verwierp ook de stelling dat de brutering niet met premies werknemersverzekeringen en werkgeverspremies kon worden berekend. De aanslag was dus rechtsgeldig en de klachten van belanghebbende faalden. De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag loonbelasting over 1986 ondanks termijnoverschrijding en toepassing van brutering.