ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3140
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C.W. Rang
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit verblijfsvergunning
Verzoekster heeft tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een bezwaarschrift ingediend en tegelijkertijd een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank overweegt dat de enkele omstandigheid dat het besluit voor uitvoering vatbaar is, geen spoedeisend belang oplevert zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat binnen korte termijn een concrete uitzetting zal plaatsvinden.
De rechtbank volgt hiermee de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is gedaan zonder zitting. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.