ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3011
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling monumentenvergunning voor restauratie en wijziging woon-winkelpand naar horecagelegenheid
Eiser, eigenaar van een pand grenzend aan het pand waarvoor vergunninghouder een monumentenvergunning heeft aangevraagd, stelde beroep in tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Leiden. Het eerste besluit betrof een vergunning voor restauratie en wijziging van een woon-winkelpand naar een horecagelegenheid met bovenwoning. Het tweede betrof een vergunning voor het maken van een toiletruimte in het rijksmonument.
De rechtbank oordeelde dat de monumentenvergunningen los van elkaar beoordeeld konden worden. Voor het eerste besluit vond de rechtbank dat de belangen van een aangrenzend monument en diens eigenaar niet meegewogen mogen worden bij het verlenen van een monumentenvergunning. De adviezen van de ARK en RACM en de plananalyse toonden aan dat de monumentale waarden nauwelijks werden aangetast. Ook was er geen sprake van belangenverstrengeling ondanks de familierelatie tussen de architect van vergunninghouder en de opsteller van een bouwhistorische notitie.
Voor het tweede besluit werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat vergunninghouder de aanvraag had ingetrokken en de vergunning werd ingetrokken. De rechtbank wees de beroepen tegen het eerste besluit af en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de monumentenvergunning voor restauratie en wijziging is ongegrond verklaard; het beroep tegen de tweede vergunning niet-ontvankelijk wegens intrekking.