ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0223
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing individuele en buitensporige last door varkensrechtenregeling
Eisers, houders van een varkens- en melkveehouderij, stelden dat de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) en het daarop gebaseerde Besluit hardheidsgevallen (Bhv) onrechtmatig zijn jegens hen, omdat zij hierdoor hun nieuwe stal niet volledig kunnen benutten en investeringen waardeloos zijn geworden. Zij vorderden een verklaring voor recht en schadevergoeding.
De rechtbank analyseerde de feiten, waaronder het tijdstip van aankoop van rechten en investeringen, en concludeerde dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij vóór de bekendmaking van de herstructurering op 10 juli 1997 onomkeerbare investeringen hadden gedaan. De aankoop van GVNEK-rechten vond pas na de bekendmaking plaats, waardoor geen sprake is van een individuele en buitensporige last zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 16 november 2001.
De rechtbank overwoog dat de formele rechtskracht van eerdere bestuursrechtelijke uitspraken niet uitsluit dat de civiele rechter toetst aan het EVRM, maar dat de onderbouwing van eisers onvoldoende is. De vorderingen werden daarom afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing van een individuele en buitensporige last door de varkensrechtenregeling.