ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8174
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verrekening van forfaitaire mineralenaangifte met verfijnde aangiften
Eiser heeft voor de jaren 1999 en 2000 een geschil met betrekking tot de verrekening van mineralenheffingen. Voor 1999 en 2000 heeft eiser een forfaitaire aangifte gedaan, terwijl voor andere jaren verfijnde aangiften zijn ingediend. Verweerder heeft een naheffingsaanslag opgelegd wegens overschotten in fosfaat en stikstof.
De kern van het geschil is of de overschotten van de jaren met forfaitaire aangifte kunnen worden verrekend met saldi van andere jaren met verfijnde aangiften. De rechtbank stelt vast dat de wet alleen verrekening toestaat indien voor de betreffende jaren verfijnde aangiften zijn gedaan. Omdat voor 2000 een forfaitaire aangifte is ingediend, is verrekening niet mogelijk.
Eiser beroept zich daarnaast op redelijkheid en billijkheid en op een zogenaamde "Tachtig Procents Regeling". De rechtbank wijst dit af omdat zij niet bevoegd is om billijkheidstoetsingen op de wet toe te passen en omdat de hardheidsclausule exclusief aan de minister is voorbehouden. Ook ontbreekt wettelijke grondslag voor de genoemde regeling.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt geen proceskostenveroordeling op. Het vonnis is uitgesproken door rechter R.C.H.M. Lips op 27 augustus 2009.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verrekeningsbeschikking wordt ongegrond verklaard omdat alleen verfijnde aangiften voor verrekening in aanmerking komen.