ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5981
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van HVC als aanbestedende dienst en rechtmatigheid uitsluitend recht voor afvalverwerking
In deze zaak staat centraal of HVC kan worden aangemerkt als aanbestedende dienst in de zin van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (BAO) en of de gemeente bevoegd is om HVC een uitsluitend recht te verlenen voor de verwerking van huishoudelijk afval zonder openbare aanbesteding.
AVR betoogt dat HVC geen aanbestedende dienst is omdat zij commerciële activiteiten ontplooit en concurreert met private partijen, dat het uitsluitend recht niet is gebaseerd op een wettelijk voorschrift of bestuursrechtelijk besluit, dat het recht niet geografisch beperkt is en dat het in strijd is met het EG-Verdrag en staatssteunregels. De gemeente en HVC stellen daartegenover dat HVC een publiekrechtelijke rechtspersoon is, onder overwegende invloed van gemeenten staat, en dat het uitsluitend recht is gebaseerd op een bestuursrechtelijk besluit en verenigbaar is met het EG-Verdrag.
De rechtbank stelt vast dat HVC is opgericht met het doel te voorzien in een behoefte van algemeen belang die niet van commerciële aard is, dat zij rechtspersoonlijkheid bezit en onder overwegende invloed van gemeenten staat. Het uitsluitend recht is gebaseerd op een bestuursrechtelijk besluit en geografisch beperkt tot het afval binnen de gemeentegrenzen. Verder is het uitsluitend recht niet in strijd met het EG-Verdrag omdat het artikel 17 BAO Pro dit onder voorwaarden toestaat. De stelling dat sprake is van staatssteun wordt verworpen.
De rechtbank wijst de vorderingen van AVR af en veroordeelt haar in de proceskosten. Hiermee bevestigt de rechtbank de rechtmatigheid van het uitsluitend recht aan HVC voor de verwerking van huishoudelijk afval.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van AVR af en bevestigt dat de gemeente HVC het uitsluitend recht voor afvalverwerking mag verlenen zonder openbare aanbesteding.