ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5686
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang asielzoeker wegens ontbreken acute medische noodsituatie
Eiser, een asielzoeker uit Burundi, maakte aanspraak op opvang en verstrekkingen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege medische klachten. Na beëindiging van zijn rechtmatig verblijf besloot het COA de verstrekkingen te beëindigen. Eiser stelde dat hij door ernstige posttraumatische klachten en een acute medische noodsituatie recht had op voortzetting van opvang, ondersteund door een medische verklaring van zijn behandelaars.
De rechtbank oordeelde dat de medische verklaring, hoewel op verzoek van eiser opgesteld en in beginsel niet direct in beroep meegenomen, op grond van artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wel kon worden betrokken omdat eiser in de voorfase reeds een acute medische noodsituatie had gesteld. Het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde echter dat geen acute medische noodsituatie bestond, mede door het ontbreken van kritische risico-indicatoren zoals eerdere opname of zelfdodingspogingen.
De rechtbank stelde vast dat de prognose van verslechtering bij terugkeer naar het land van herkomst onvoldoende is om opvang te rechtvaardigen. Ook was er geen aanwijzing dat de medische situatie sinds het BMA-advies was verslechterd. Verweerder had daarom terecht de verstrekkingen beëindigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep reeds was beslist. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het beëindigen van opvang en verstrekkingen wordt ongegrond verklaard.