ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2703
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.B. Verkleij
- B. Bastein
- A. Hartmann
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moeder van opzet hulpeloze toestand dochters, veroordeeld voor mishandeling
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak van een moeder die werd verdacht van mishandeling van haar twee dochters en het in hulpeloze toestand laten van hen door te blijven samenwonen met haar agressieve echtgenoot. De moeder werd vrijgesproken van het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen van haar dochters, omdat onvoldoende bewijs was dat zij dit met opzet deed. Wel werd zij veroordeeld voor mishandeling van haar dochters, die ook door hun vader werden geslagen.
De rechtbank nam het bewijs van mishandeling aan op basis van verklaringen, waaronder die van de vader die mishandeling bekende, en getuigenverklaringen van schoolpersoneel. De moeder had toegegeven haar dochters soms te slaan, vooral als reactie op hun gedrag, en spijt te hebben van haar handelen. Er was geen bewijs voor het gebruik van een riem of schoppen door de moeder, waarvoor zij werd vrijgesproken.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de moeder, waaronder haar verminderd toerekeningsvatbare geestelijke gesteldheid en het feit dat de kinderen tijdelijk uit huis waren geplaatst maar inmiddels weer thuis wonen met hulpverlening. De straf bestond uit een werkstraf van 40 uur, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en de bijzondere voorwaarde dat zij therapie en begeleiding blijft volgen om recidive te voorkomen.
De zaak benadrukt het belang van het beschermen van kinderen tegen mishandeling binnen het gezin, maar ook de complexiteit van het strafrechtelijk verwijt bij loyaliteitsconflicten binnen een gezinssituatie. De moeder werd niet strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden voor het nalaten van hulpverlening aan haar dochters, ondanks de agressie van haar echtgenoot.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van opzet hulpeloze toestand dochters, maar veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uur met een proeftijd van twee jaar en therapievoorwaarden.