ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2384
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Verkleij
- Van der Poort-Schoenmakers
- Lely
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na drugshandel en criminele organisatie
Veroordeelde is bij arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk geschat op ruim €2 miljoen.
Tijdens de procedure verschenen veroordeelde en zijn raadsman niet, ondanks behoorlijke oproepingen en pogingen tot contact. De rechtbank concludeerde dat veroordeelde afstand had gedaan van zijn recht op verdediging en aanwezigheid. Na beoordeling van het ontnemingsrapport en bewijs stelde de rechtbank het voordeel vast op €217.814,00, waarbij zij enkele posten uit het rapport verwierp wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn voor de ontnemingsprocedure grotendeels aan veroordeelde te wijten was, vanwege zijn onbereikbaarheid en het niet verschijnen ter zitting. Op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht werd veroordeelde verplicht het vastgestelde bedrag aan de Staat te betalen. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 19 juni 2009.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €217.814 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.