ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2143
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Timmermans
- V.J. de Haan
- M.F.M. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ondanks DNA-spoor op handschoen
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag en zware mishandeling van een slachtoffer op 24 mei 2008 in Scheveningen. Een vingertop van een handschoen, gevonden in het bloed van het slachtoffer op de plaats delict, bevatte een DNA-profiel dat overeenkwam met dat van de verdachte. Dit profiel was 290 miljoen maal waarschijnlijker afkomstig van de verdachte dan van een willekeurige man.
De verdediging voerde aan dat het DNA-spoor onvoldoende bewijs was en dat er plausibele scenario's waren waarin het DNA op de handschoen terecht kon zijn gekomen zonder betrokkenheid van de verdachte bij het misdrijf. De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat het DNA-spoor alleen onvoldoende bewijs vormde.
De rechtbank oordeelde dat DNA-onderzoek met grote voorzichtigheid geïnterpreteerd moet worden en dat het ontbreken van andere valide bewijsmiddelen betekent dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De verdachte werd daarom vrijgesproken. Tevens werden de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs ondanks DNA-spoor op handschoen.