ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4139
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt vrijheid erfgenamen om rente bij ouderlijke boedelverdeling aan te passen
Op 26 november 2004 overleed erflater die bij testament van 29 januari 1992 een ouderlijke boedelverdeling had opgenomen met een rentepercentage van 6% op vorderingen wegens overbedeling. De erfgenamen, bestaande uit de echtgenote en twee kinderen, wijzigden kort voor de aangifte de rente op deze vorderingen naar nihil. De inspecteur negeerde deze wijziging en berekende de successieaanslag met het testamentaire rentepercentage van 6%.
De rechtbank stelde vast dat de ouderlijke boedelverdeling inhoudelijk overeenkomt met de wettelijke verdeling volgens het nieuwe erfrecht van 2003. Op grond van wetsgeschiedenis en wettelijke bepalingen bestaat er vrijheid voor erfgenamen om het rentepercentage aan te passen. De rechtbank verwierp het standpunt van de inspecteur dat de testamentaire rente bindend is en dat afwijking zou leiden tot een verkrijging op grond van overeenkomst in plaats van erfrecht.
De rechtbank oordeelde dat de waarde van de verkrijging van eiser moet worden vastgesteld op basis van het door de erfgenamen afgesproken rentepercentage van 0%. Hierdoor werd de aanslag verminderd van circa €193.586 naar €88.634. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank stelt dat erfgenamen de rente op vorderingen mogen wijzigen en vermindert de aanslag tot een waarde van €88.634 op basis van een rentepercentage van 0%.