ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2864
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Deels gegrond beroep tegen naheffingsaanslag loonbelasting en vergrijpboete wegens valse identiteitsbewijzen
Eiseres, een onderneming actief in schoonmaak en catering, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en een vergrijpboete opgelegd voor de jaren 1999 tot en met 2002. De naheffing was gebaseerd op het anoniementarief vanwege het gebruik van valse of ontbrekende identiteitsbewijzen bij enkele werknemers. Eiseres maakte bezwaar en stelde onder meer dat zij het vertrouwen had dat naheffing over 1999 achterwege zou blijven en dat het UWV had vastgesteld dat zij aan haar identificatieplicht had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was ondanks de ontbinding van eiseres, omdat de vereffening nog niet was beëindigd. Het vertrouwensbeginsel faalde omdat de naheffing over 1999 niet zag op de onderhavige correcties en het UWV en de Belastingdienst verschillende bevoegdheden hebben. Het anoniementarief was terecht toegepast voor werknemers met valse of ontbrekende identiteitsbewijzen, waarbij eiseres redelijkerwijs had moeten twijfelen aan de echtheid van enkele documenten op grond van afwijkende handtekeningen.
De rechtbank vond dat eiseres grove schuld had en een boete van 25% passend was, maar matigde deze met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure. De naheffingsaanslag, boete en heffingsrente werden dienovereenkomstig verminderd. Tevens werden de proceskosten aan eiseres toegekend. De uitspraak verving de eerdere besluiten en partijen werd de mogelijkheid tot hoger beroep gegeven.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en vergrijpboete worden verminderd en het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard.