ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslagen omzetbelasting terecht opgelegd aan niet-ondernemer ondanks onjuiste facturering
Eiser was financieel directeur bij een BV en bracht vanaf 2003 facturen met omzetbelasting uit aan deze BV, zonder ondernemer te zijn. De Belastingdienst stelde vast dat eiser ten onrechte omzetbelasting in rekening bracht en bracht deze in aftrek bij de BV. Na een boekenonderzoek legde de Belastingdienst naheffingsaanslagen en boetes op aan eiser.
Eiser voerde aan dat hij onterecht als ondernemer werd aangemerkt en dat de naheffing bij de BV had moeten plaatsvinden, mede op grond van het vertrouwensbeginsel. Hij beriep zich op arresten van het Hof van Justitie (Karageorgou) die terugbetaling mogelijk maken bij vergissingen.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet te goeder trouw was, omdat hij wist dat hij geen ondernemer was en bewust omzetbelasting vermeldde. Er was geen sprake van een vergissing. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht de naheffing bij eiser heeft gelegd, omdat hij primair verantwoordelijk was voor het te weinig voldoen van belasting. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen toezegging was gedaan.
De boetebeschikkingen bleven in stand omdat geen afwezigheid van alle schuld was aangetoond. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en boetes werden bevestigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting en boetebeschikkingen zijn terecht opgelegd aan eiser die niet te goeder trouw handelde.