ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0650
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling biologische vader met minderjarige na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie van eind 2005 tot mei 2007 waaruit een minderjarige is geboren. De man heeft het kind niet erkend en heeft geen ouderlijk gezag. Sinds januari 2008 heeft de man omgang met het kind, één keer per twee weken een uur onder begeleiding van de vrouw. De man vordert een uitbreiding van de omgangsregeling naar onbegeleide omgang en langere duur.
De vrouw stelt dat omgang altijd onder begeleiding moet blijven tot het kind ongeveer zeven jaar is, vanwege vertrouwenskwesties en enkele incidenten in het verleden. De man betwist dit en benadrukt zijn recht als biologische vader en het belang van onbegeleide omgang voor de band met het kind.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onbegeleide omgang in beginsel in het belang van het kind is, dat de vrouw onvoldoende onderbouwing geeft voor haar bezwaren en dat de omgangsregeling moet worden uitgebreid. De regeling wordt vastgesteld op elke twee weken op zaterdag van 10.00 tot 14.00 uur, afwisselend onder begeleiding en onbegeleid, met een dwangsom van €250 bij niet-naleving. De eerste zes weken vindt de omgang plaats in de woonplaats van de vrouw, daarna de onbegeleide omgang in de woonplaats van de man.
Uitkomst: De voorzieningenrechter stelt een omgangsregeling vast met afwisselend begeleide en onbegeleide omgang, met dwangsom bij niet-naleving.