ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0318
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting naar Azerbeidzjan
Eiser, een etnische Armeniër afkomstig uit de Azerbeidzjaanse enclave Nagorno Karabach, is sinds september 2008 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van zijn vrijheidsontneming en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank onderzocht of er nog een reëel zicht op uitzetting naar Azerbeidzjan bestaat en of de bewaring gerechtvaardigd is.
De rechtbank concludeerde dat hoewel iedere Azerbeidzjaanse staatsburger recht heeft op terugkeer, het onderzoek naar identiteit en nationaliteit complex is en de Azerbeidzjaanse autoriteiten geen toegang hebben tot registraties in Nagorno Karabach. Bovendien bleek uit gegevens dat de afgifte van laissez-passers door Azerbeidzjan zeer beperkt is, met slechts vijf afgegeven laissez-passers tussen juli 2007 en december 2008. Verweerder kon niet aantonen hoeveel etnische Armeniërs een laissez-passer hebben ontvangen.
Gezien de verstreken bewaringsduur, het ontbreken van reisdocumenten bij eiser en het gebrek aan zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, oordeelde de rechtbank dat voortzetting van de bewaring niet langer redelijk is. De bewaring werd onmiddellijk opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding van EUR 1040 toegekend voor de periode van 13 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden proceskosten van EUR 805 toegewezen.
Uitkomst: Bewaring wordt onmiddellijk opgeheven wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting en schadevergoeding toegekend.