ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9491
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.H.M. Druijf
- C.F.E. van Olden-Smit
- T.L. Fernig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen uitzettingsbesluit op grond van artikel 1F en artikel 3 EVRM
Eiser, een Libanese nationaliteit, heeft in 2000 een asielaanvraag ingediend die in 2003 werd afgewezen. Na een eerdere uitspraak in 2005 waarin werd vastgesteld dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag terecht tegen eiser was toegepast, werd een nieuw besluit genomen in 2008 dat eveneens afwijzend was. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank bevestigt dat het oordeel over artikel 1F onherroepelijk is en niet meer ter discussie staat. Het centrale geschil betreft de vraag of artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam verzet tegen uitzetting naar Libanon. Hoewel eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een verboden behandeling bij terugkeer, is niet voldaan aan het criterium van duurzaamheid, dat inhoudt dat de situatie van niet-uitzetbaarheid voor een groot aantal jaren moet gelden.
Verweerder baseerde zich op een termijn van ten minste tien jaar, gerekend vanaf de eerste asielaanvraag, en stelde dat in dit geval minder dan acht jaren waren verstreken. De rechtbank acht deze termijn niet kennelijk onredelijk en oordeelt dat het beroep ongegrond is. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat dit geen grond biedt voor verblijfsvergunning in het kader van artikel 1F.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het uitzettingsbesluit wordt ongegrond verklaard.