ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9208
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van vreemdelingenbewaring ondanks datumfout in maatregel
Eiser is op 11 februari 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld aansluitend op zijn strafrechtelijke detentie. Er ontstond onduidelijkheid over de datum van de maatregel van bewaring, omdat eiser aanvankelijk een maatregel van 12 februari ontving, terwijl de juiste datum 11 februari was. De rechtbank stelde vast dat de maatregel van 11 februari niet daadwerkelijk aan eiser is uitgereikt, wat een schending van artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 betekent.
Desondanks concludeert de rechtbank dat de belangen die dit voorschrift beogen te beschermen, zoals het kenbaar maken van de gronden van inbewaringstelling en het rechtsmiddel, voldoende zijn gewaarborgd. Eiser was mondeling geïnformeerd en beschikte over de maatregel van 12 februari, waarin de gronden en rechtsmiddelen vermeld stonden. Daarnaast ontbrak bewijs dat eiser zonder titel is vastgehouden.
Verder overweegt de rechtbank dat verweerder op goede gronden de bewaring heeft ingesteld, gezien het ontbreken van identiteitsdocumenten, het niet aanmelden bij de korpschef, het ontbreken van vaste verblijfplaats en middelen van bestaan, eerdere veroordeling, het niet naleven van vertrektermijn en de ongewenstverklaring. De lp-aanvraag bij Marokkaanse autoriteiten werd voortgezet ondanks een taalanalyse die eiser tot Algerije herleidde, omdat deze analyse geen bewijs van nationaliteit vormt en er geen nieuwe gegevens waren.
De rechtbank acht de bewaring rechtmatig en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af omdat de bewaring niet onrechtmatig is opgeheven. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de vreemdelingenbewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.