ECLI:NL:RBSGR:2008:BH1914
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voortgezet verblijf op grond van Besluit 1/80 wegens onderbroken arbeid en beleidsaanscherping
Eiser, een Turkse werknemer, verzocht om wijziging van zijn verblijfsvergunning naar voortgezet verblijf. Verweerder wees dit af omdat eiser niet onafgebroken gedurende één jaar legale arbeid had verricht bij dezelfde werkgever, zoals vereist in artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80. Eiser voerde aan dat onderbrekingen niet relevant waren en dat het beleid in 1985 versoepeld was, waardoor hij recht zou hebben op voortgezet verblijf.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de eis van onafgebroken arbeid, aangezien er onderbrekingen van zeven en meer dan twintig maanden waren zonder legitieme gronden. De rechtbank volgde verweerder in de uitleg dat de continuïteit van arbeid essentieel is, zoals bevestigd door het Hof van Justitie in de Sedef-zaak. Tevens werd geoordeeld dat de aanscherping van het beleid in 1994 geen nieuwe beperking vormt in de zin van artikel 13 Besluit Pro 1/80, zodat toetsing aan het versoepelde beleid van 1985 niet vereist was.
Daarnaast wees de rechtbank het standpunt van eiser af dat zijn aanvraag tevens als aanvraag voor langdurig ingezetene moest worden beoordeeld, omdat hij dit niet expliciet had aangegeven op het aanvraagformulier. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voortgezet verblijf wordt afgewezen wegens niet onafgebroken arbeid en geen nieuwe beperking door beleidsaanscherping.