ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7919
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening wegens opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Congolese nationaliteit, werd op 7 augustus 2008 de toegang tot Nederland geweigerd en op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vrijheidsontnemend geplaatst. Tegen deze toegangsweigering stelde hij administratief beroep in en verzocht op 25 september 2008 om een voorlopige voorziening. Op 2 oktober 2008 werd de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven vanwege een miscommunicatie tussen de IND en de Dienst Terugkeer & Vertrek.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker op 8 oktober 2008 zijn verzoek tot voorlopige voorziening in en verzocht de rechtbank de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten. De voorzieningenrechter onderzocht of de opheffing van de maatregel betekende dat aan verzoeker ook juridisch toegang was verleend. Hoewel feitelijke toegang was verleend, bleef de juridische toegangsweigering formeel van kracht zolang controle werd uitgeoefend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat met de opheffing van de maatregel en het in vrijheid stellen van verzoeker het grensbewakingsbelang de facto was prijsgegeven en dat verweerder aan verzoeker was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Daarom werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €322.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie tot betaling van proceskosten aan verzoeker wegens tegemoetkoming door opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.