ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4589
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Irak
Eiser, van Iraakse nationaliteit, is op 4 april 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank beoordeelde of het voortduren van de bewaring sinds het sluiten van het onderzoek op 15 september 2008 rechtmatig is.
Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Irak, aangezien sinds maart 2008 geen gedwongen uitzettingen hebben plaatsgevonden en uitzetting met een EU-document niet lukt. Verweerder stelde dat eiser niet voldoet aan zijn medewerkingsplicht, omdat hij niet bereid is vrijwillig terug te keren naar Irak en geen aanvraag voor een laissez-passer invult. De rechtbank concludeerde dat eiser niet kan worden gevolgd in zijn stelling dat van hem niet kan worden verlangd dat hij verklaart tot vrijwillige terugkeer bereid te zijn.
De rechtbank overwoog dat indien eiser medewerking verleent, de Iraakse autoriteiten een laissez-passer zullen verstrekken, waardoor uitzetting mogelijk is. Indien eiser weigert, wordt een ander verwijderingstraject via een EU-staat ingezet. De rechtbank achtte het belang van verweerder zwaarder dan dat van eiser en oordeelde dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.