ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Joele
- M. Groeneveld-Stubbe
- A.C. Olland
- Rechtspraak.nl
Vaststelling biologisch vaderschap en verkrijging Nederlanderschap minderjarige na postnatale erkenning
Verzoekers, als wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige, hebben bij de rechtbank verzocht vast te stellen dat verzoeker 2 de biologische vader is van de minderjarige en dat de minderjarige de Nederlandse nationaliteit verkrijgt drie maanden na de uitspraak. De kern van het geschil betrof het moment waarop de erkenner in het bezit moet zijn van de Nederlandse nationaliteit om aan de erkenning, in combinatie met bewijs van verwekkerschap, het nationaliteitsgevolg te verbinden.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) de minderjarige Nederlander wordt indien het vaderschap gerechtelijk wordt vastgesteld. De Hoge Raad heeft bepaald dat postnatale erkenning met gerechtelijk bewijs van verwekkerschap gelijkgesteld kan worden aan gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Daarom moet het peilmoment voor het bezit van de Nederlandse nationaliteit van de erkenner worden gekoppeld aan het moment van het gerechtelijk bewijs van verwekkerschap.
Verzoeker 2 was reeds in het bezit van de Nederlandse nationaliteit op het moment van het gerechtelijk bewijs van verwekkerschap. De rechtbank stelde vast dat verzoeker 2 de biologische vader is op basis van een DNA-rapport en bepaalde dat de minderjarige drie maanden na de uitspraak het Nederlanderschap verkrijgt. De Staat had bezwaar gemaakt omdat verzoeker 2 ten tijde van de erkenning nog niet de Nederlandse nationaliteit bezat, maar dit bezwaar werd verworpen.
De rechtbank wees ook op het Marokkaanse recht dat de minderjarige niet als wettig kind aanmerkt vanwege de geboorte binnen zes maanden na het huwelijk, maar dit stond niet aan de Nederlandse nationaliteitsverklaring in de weg. De uitspraak werd gedaan door drie rechters tijdens een openbare zitting op 2 oktober 2008.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker 2 de biologische vader is en bepaalt dat de minderjarige drie maanden na de uitspraak de Nederlandse nationaliteit verkrijgt.