ECLI:NL:RBSGR:2008:BF9079
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens disproportionaliteit bij duurzaam uitzettingsverbod
Eiser, een Algerijnse nationaliteit, is op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag uitgesloten van vluchtelingenstatus en tot ongewenst vreemdeling verklaard. Verweerder baseerde dit op ernstige redenen om aan te nemen dat eiser betrokken was bij ernstige misdrijven tijdens zijn dienst bij de Algerijnse veiligheidsdienst. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende bewijs heeft geleverd voor 'knowing' en 'personal participation'.
Echter, omdat eiser duurzaam niet kan worden uitgezet naar Algerije of andere landen vanwege artikel 3 EVRM Pro, acht de rechtbank de ongewenstverklaring disproportioneel. De druk die een ongewenstverklaring uitoefent om het land te verlaten is in dit geval irrelevant, aangezien uitzetting onmogelijk is. Bovendien leidt de ongewenstverklaring tot voortdurende strafrechtelijke vervolging, wat niet proportioneel is.
De rechtbank vernietigt het besluit tot ongewenstverklaring en herroept het primaire besluit. Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard, omdat de omstandigheden onvoldoende bijzonder zijn om het onthouden van een vergunning disproportioneel te achten. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat het beroep gegrond is verklaard. De Staat wordt veroordeeld in proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens disproportionaliteit, het beroep tegen de asielafwijzing wordt ongegrond verklaard.