ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4381
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ongewenstverklaring op grond van nationale veiligheid
Verzoeker, een vreemdeling met een gezin in Nederland, werd geconfronteerd met de intrekking van zijn verblijfsvergunning en een ongewenstverklaring op grond van een individueel ambtsbericht van de AIVD waarin hij wordt gezien als een gevaar voor de nationale veiligheid vanwege vermeende sympathie en ondersteuning van de internationale gewelddadige jihad.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel de intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen, de uitzetting op grond van de ongewenstverklaring wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist. Dit vanwege het ontbreken van een eerlijke en redelijke mogelijkheid voor verzoeker om de feiten van het ambtsbericht te weerleggen, mede doordat de staatssecretaris geen inzage had in de onderliggende stukken en het tegenbewijs van verzoeker als irrelevant terzijde schoof.
De rechter benadrukt dat de voorlopige voorzieningenprocedure niet geschikt is voor een diepgaand onderzoek naar de achterliggende stukken van de AIVD, gezien de complexiteit en de belangen die spelen. De zaak zal in een eventuele beroepsfase door een meervoudige kamer worden behandeld, waarbij de eisen van het EHRM omtrent adversarial proceedings nader worden beoordeeld.
De voorzieningenrechter veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoeker. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar tegen de ongewenstverklaring is beslist.