ECLI:NL:RBSGR:2008:BF9074
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie wegens samenwonen als waren zij gehuwd
Partijen waren gehuwd en gescheiden in 2002, waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw betaalde. In het echtscheidingsconvenant was bepaald dat de alimentatie opgeschort wordt bij samenwonen als waren zij gehuwd, mits de vrouw de man vooraf schriftelijk informeert.
De man stelde dat de vrouw vanaf 18 augustus 2007 samenwoonde met haar partner zonder hem tijdig te informeren, waardoor zijn alimentatieplicht volgens artikel 1:160 BW Pro is geëindigd. De vrouw betwistte dit en stelde dat zij de samenwoning uitstelde vanwege spanningen en de kinderen.
De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder eigendom van een gezamenlijke woning, observaties van een onderzoeksbureau, en financiële en huishoudelijke gemeenschappelijkheid. Geconcludeerd werd dat vanaf 18 augustus 2007 sprake was van een duurzame affectieve relatie met samenwoning, gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse verzorging.
Daarmee was voldaan aan de criteria van artikel 1:160 BW Pro, en omdat de vrouw niet tijdig had geïnformeerd, eindigde de alimentatieplicht van rechtswege op die datum. De vrouw werd veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde alimentatie met wettelijke rente. Iedere partij draagt eigen proceskosten.
Uitkomst: De alimentatieplicht van de man eindigt per 18 augustus 2007 wegens samenwonen van de vrouw als waren zij gehuwd, met terugvordering van onverschuldigde alimentatie.