ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3775
Rechtbank 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderbouwing beroep op subsidiariteitsgrond
Eiser vroeg verlenging van zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, nadat eerder een vergunning voor bepaalde tijd was verleend op grond van de situatie in Sierra Leone. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat het categoriale beschermingsbeleid voor Sierra Leone was beëindigd en eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aanspraak maakte op een verblijfsvergunning op andere gronden uit artikel 29 Vw Pro 2000.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig achtte vanwege het ontbreken van concrete en verifieerbare details over zijn verblijf bij rebellen en vlucht. Tevens was het ontbreken van reis- en identiteitspapieren aan eiser toe te rekenen. De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat het besluit niet inhoudelijk was getoetst en dat hij als alleenstaande minderjarige vreemdeling had moeten worden toegelaten.
Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte niet had getoetst aan artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, die subsidiariteitsbescherming biedt bij ernstige en individuele bedreiging door willekeurig geweld. Dit leidde tot vernietiging van het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De rechtbank liet echter de rechtsgevolgen in stand omdat het beroep op deze subsidiariteitsgrond onvoldoende was onderbouwd en slechts was gebaseerd op de algemene situatie in Sierra Leone.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van €644,- en wees de Staat aan als de te vergoeden partij. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.