ECLI:NL:RVS:2007:BB7232
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier aan alleenstaande minderjarige vreemdeling
Appellant heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke is afgewezen, evenals de ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling' (amv). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de vraag of achteraf getoetst kan worden of appellant in aanmerking kwam voor ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking amv gedurende de periode dat hij al een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bezat. De Raad van State oordeelt dat de systematiek van de Vreemdelingenwet 2000 dit niet toelaat; toetsing aan artikel 14 Vw Pro 2000 onder de beperking verblijf als amv vindt pas plaats nadat een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vw Pro 2000 niet meer van toepassing is.
Appellant werd op 13 februari 2002 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, geldig tot 13 februari 2005, en werd meerderjarig op 18 augustus 2004. De Raad van State bevestigt dat het besluit van 11 juli 2002 geen weigering inhield tot ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking amv en dat appellant daartegen geen rechtsmiddel heeft ingesteld. De rechtbank heeft het standpunt van appellant terecht niet gevolgd en de uitspraak wordt bevestigd.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 oktober 2007.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling.