ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8719
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. van Linschoten
- I.D. Jacobs
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring vreemdeling wegens herhaalde diefstallen ondanks overlevingscriminaliteit
Eiser, een staatloze vreemdeling, werd meerdere malen veroordeeld voor diefstal en kreeg diverse straffen opgelegd, waaronder gevangenisstraffen, werkstraffen en geldboetes. Verweerder, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, verklaarde eiser ongewenst op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij een gevaar voor de openbare orde vormde en geen rechtmatig verblijf had.
Eiser verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking dat hij buiten zijn schuld niet kon vertrekken, maar deze aanvraag werd afgewezen. Eiser maakte bezwaar tegen de ongewenstverklaring en stelde dat hij geen gevaar vormde omdat zijn delicten overlevingscriminaliteit betroffen, en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn situatie als staatloze en de schending van de hoorplicht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de ongewenstverklaring uit te spreken op grond van de justitiële documentatie en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning was niet-ontvankelijk. De rechtbank concludeerde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.