ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8711
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring en oplegging meldplicht na zes jaar verblijf met gezin
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, is sinds zes jaar uitgeprocedeerd in zijn asielprocedure en verblijft met medeweten van de overheid bij zijn gezin in Nederland. Ondanks zijn 1 F-status is hij nooit met justitie in aanraking gekomen en is er geen actief uitzettingsbeleid tegen hem gevoerd. Verweerder stelde eiser in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, onvoldoende middelen van bestaan en het vermoeden dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken.
Tijdens de zitting erkende verweerder dat het aankruisen van de b-grond een misslag was en dat eiser feitelijk op grond van de a-grond in bewaring is gesteld. De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de bewaring niet langer gerechtvaardigd is, mede omdat er geen concreet gevaar voor de openbare orde is en de uitzetting niet op korte termijn te verwachten is. Eiser heeft er belang bij zijn uitzetting bij zijn gezin af te wachten en zal zich niet aan toezicht onttrekken.
De rechtbank besloot de bewaring met ingang van 14 augustus 2008 op te heffen en een meldplicht op te leggen als lichter middel. Tevens werd een schadevergoeding van 70 euro toegekend voor de onrechtmatige bewaring van één dag en werden de proceskosten van 644 euro aan eiser vergoed. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer bestuursrecht van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op en legt een meldplicht op, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.