ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9291
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. van Boven-Hartogh
- B.F.Th. de Roos
- R.C.M. Reinarz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inkomensnormen bij gezinshereniging en gezinsvorming in vreemdelingenrecht
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zichzelf en haar minderjarige kinderen om zich bij haar echtgenoot te voegen. Verweerder wees de aanvraag aanvankelijk af vanwege het niet voldoen aan de inkomensnorm van 120% van het minimumloon voor gezinsvorming zoals opgenomen in artikel 3.22 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiseres stelde dat het onderscheid tussen de inkomensnormen voor gezinshereniging (100%) en gezinsvorming (120%) niet gerechtvaardigd was en in strijd met Richtlijn 2003/86/EG, het EVRM en het IVBPR. Daarnaast voerde zij aan dat de aanvraag van haar kinderen ambtshalve als aanvraag voor verblijf bij een alleenstaande ouder had moeten worden beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat de Richtlijn geen onderscheid maakt tussen gezinshereniging en gezinsvorming en dat de begrippen stabiele en regelmatige inkomsten niet zijn gedefinieerd, waardoor lidstaten binnen bepaalde marges mogen afwijken. De 120%-norm valt binnen deze marges en de soepelere 100%-norm voor gezinshereniging is eveneens toegestaan. De rechtbank verwierp het beroep op schending van artikel 8 EVRM Pro en oordeelde dat verweerder terecht geen ambtshalve beoordeling voor verblijf bij alleenstaande ouder heeft gedaan.
De rechtbank concludeerde dat het onderscheid in inkomensnormen niet onrechtmatig is en dat de gemaakte kosten in bezwaar niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het onderscheid in inkomensnormen is niet onrechtmatig.