ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9133
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens overschrijding 48-uurs termijn in asielprocedure
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende een aanvraag verblijfsvergunning in na een procedure in het aanmeldcentrum (AC). Verweerder wees de aanvraag af op grond van het niet binnen 48 uur afhandelen van de aanvraag, zoals vereist volgens artikel 69, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
De voorzieningenrechter stelde vast dat het onderzoek naar de aanvraag al op 16 juni 2008 was begonnen met een Eurodac-vingerafdrukvergelijking, wat het begin van de 48-uurs termijn markeert. Omdat het besluit van 26 juni 2008 buiten deze termijn viel, werd het besluit vernietigd.
De rechtbank oordeelde dat de 48-uurs termijn begint bij het eerste onderzoek in het AC en niet pas bij de formele indiening van de aanvraag. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang, en de kosten werden aan verweerder opgelegd.
De uitspraak bevestigt dat zorgvuldigheid en tijdigheid in asielprocedures essentieel zijn en dat het ontbreken van documenten geen zelfstandige reden is voor afwijzing binnen de AC-procedure.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag is vernietigd wegens overschrijding van de 48-uurs termijn.