ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over WW-uitkeringsduur bij deeltijd werkhervatting
Eiser was jarenlang werkzaam in een voltijd dienstverband en ontving na werkloosheid een WW-uitkering met een duur van 48 maanden. Na hervatting van deeltijdwerk behield hij recht op een WW-uitkering voor de resterende uren. Verweerder kende een nieuwe WW-uitkering toe met een maximale duur van 38 maanden, stellende dat bij gedeeltelijke beëindiging van het oude recht geen duurverlenging geldt.
De rechtbank analyseerde de overgangsbepaling van artikel 130o, tweede lid, van de WW en concludeerde dat de wetgever niet heeft beoogd deeltijdwerkhervatting uit te zonderen van de bescherming van bestaande WW-rechten. De tekst en totstandkomingsgeschiedenis ondersteunen een ruimere interpretatie die duurverlenging ook bij gedeeltelijke werkhervatting mogelijk maakt.
Gelet op deze interpretatie vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en herzag het primaire besluit door de uitkeringsduur te verlengen tot 47 maanden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat werkhervatting geen nadelige gevolgen mag hebben voor bestaande WW-rechten, ook niet bij deeltijdherintreding.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de WW-uitkeringsduur tot 47 maanden bij gedeeltelijke werkhervatting en vernietigt het eerdere besluit van 38 maanden.