ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8305
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering medische reisvrijstelling
Eiseres, van Rwandese nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan voor medische behandeling, maar deze werd geweigerd wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat eiseres niet kan reizen tenzij aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, waaronder een medische herbeoordeling voorafgaand aan de reis.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bij de beoordeling van de vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 17, lid 1, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, zich moet richten naar de gezondheidstoestand van eiseres ten tijde van het besluit. Het bestreden besluit bevat echter geen duidelijke motivering dat reizen verantwoord is, terwijl het BMA-advies juist twijfels uitte en de beantwoording uitstelde naar een later moment.
Daarom is het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en kan het niet in stand blijven. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt een nieuwe beslissing. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de medische reisvrijstelling.