ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4777
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
BPM-heffing op accessoires van ingevoerde auto in strijd met artikel 90 EG-Verdrag
Eiseres registreerde op 22 april 2005 een personenauto ingevoerd uit Duitsland en betaalde BPM. De auto was voorzien van accessoires ter waarde van €4.085, waarvoor volgens de oude accessoireregeling BPM werd geheven. Eiseres betoogde dat deze BPM-heffing in strijd was met artikel 23 en Pro volgende van het EG-Verdrag en dat de accessoires niet meegeteld mochten worden bij de heffingsmaatstaf.
De rechtbank stelde vast dat de BPM een binnenlandse belasting is die gelijkelijk geldt voor alle in Nederland geregistreerde voertuigen, ongeacht oorsprong, en daarom getoetst moet worden aan artikel 90 van Pro het Verdrag. De oude accessoireregeling was per 1 januari 2005 vervallen zonder overgangsrecht, zodat deze niet meer van toepassing was op het belastbare feit van april 2005.
De rechtbank oordeelde dat de BPM over de accessoires achterwege moet blijven omdat vergelijkbare auto's die in 2004 in Nederland werden geregistreerd, geen BPM over deze accessoires betaalden. Hierdoor was het teveel geheven BPM verschuldigd en werd teruggaaf van €6.939 toegewezen. Proceskosten werden niet toegekend. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd.
Uitkomst: BPM-heffing over accessoires is onrechtmatig en leidt tot teruggaaf van €6.939 aan eiseres.