ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4243
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. Overbeeke
- C. van Linschoten
- I.D. Jacobs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling wegens gevaar voor openbare orde en artikel 8 EVRM
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen zijn ongewenstverklaring door de Staatssecretaris van Justitie beoordeeld. Eiser was ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Eiser voerde aan dat de ongewenstverklaring disproportioneel was, mede vanwege het gezinsleven met zijn kinderen en de tijd die was verstreken sinds het delict.
Tijdens het proces is vastgesteld dat eiser contact heeft met zijn zoon via zijn zus, maar geen contact met zijn dochter, en dat de kinderen niet meer zijn achternaam dragen. De rechtbank oordeelde dat het gezinsleven niet zodanig was dat het niet buiten Nederland kon worden voortgezet, waardoor artikel 8 EVRM Pro de ongewenstverklaring niet in de weg staat.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en een gevaar vormt voor de openbare orde. Het beroep op de inherente afwijkingsbevoegdheid en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden en onvoldoende onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring blijft in stand.