ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3788
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.J. Klik
- A.J.H. Bosgoed
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en intrekking beroep
Eiser is op 14 april 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft de rechtbank middels een kennisgeving geïnformeerd over deze maatregel, waardoor de rechtbank het beroep krachtens artikel 94 Vw Pro 2000 geacht heeft te zijn ingesteld. Eisers gemachtigde heeft het beroep ingetrokken en opnieuw ingesteld, maar de rechtbank oordeelt dat deze intrekking geen rechtsgevolg heeft omdat het beroep via een kennisgeving door verweerder is ingesteld.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om aanvullende stukken over de omzetting van de bewaring te verkrijgen, waarna het onderzoek is gesloten. Verweerder stelde dat het opnieuw ingestelde beroep een beroep als bedoeld in artikel 96 Vw Pro 2000 was, maar de rechtbank verwierp dit omdat nog geen uitspraak was gedaan over de rechtmatigheid van de maatregel.
De rechtbank beoordeelde de rechtmatigheid van de maatregel en constateerde dat eiser geen geldig identiteitsbewijs had, geen vaste verblijfplaats en onvoldoende middelen om in zijn levensonderhoud te voorzien. De maatregel was gericht op het waarborgen van de openbare orde en het voorkomen van ontduiking van uitzetting. De omzetting van de maatregel na indiening en afwijzing van een asielaanvraag was voldoende onderbouwd.
De rechtbank vond dat er geen sprake was van onrechtmatigheid of onredelijkheid in de toepassing van de bewaring en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.