ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3784
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor categorie Centraal-Irak
Eiser, een Iraakse asielzoeker uit Centraal-Irak, kreeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend met ingang van 2 april 2007. Hij stelde dat de ingangsdatum onjuist was en dat deze had moeten zijn 4 november 2006, de datum van zijn asielaanvraag, omdat het categoriale beschermingsbeleid eerder had moeten ingaan.
De rechtbank overwoog dat verweerder een ruime beleidsvrijheid heeft om te bepalen of en vanaf wanneer een categoriaal beschermingsbeleid wordt gevoerd. Verweerder verwees naar een beleidsbrief van 2 april 2007 als motivering voor de ingangsdatum, maar kon niet verklaren waarom het beleid niet met terugwerkende kracht werd ingevoerd, ondanks dat relevante feiten en informatie al voor die datum bekend waren.
De rechtbank stelde vast dat de beleidsbeslissing zelf wel een kenbare motivering bevatte over het instellen van het beleid, maar dat de keuze voor de specifieke ingangsdatum ontbrak. Gezien de voorgeschiedenis en de aangenomen motie van de Tweede Kamer van 20 december 2006 had verweerder deze keuze moeten motiveren.
Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit over de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering.