ECLI:NL:RVS:2009:BH6114
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ingangsdatum categoriaal beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Centraal-Irak
De staatssecretaris van Justitie verleende aan de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 2 april 2007, de datum waarop het categoriaal beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Centraal-Irak werd ingevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde dit besluit, stellende dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat hij, gezien zijn ruime beleids- en beoordelingsvrijheid, niet verplicht was om het tijdstip van invoering van het beschermingsbeleid nader te motiveren. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris voorafgaand aan 2 april 2007 een uitstel-van-vertrek-beleid voerde en dat het invoeren van het categoriaal beschermingsbeleid op die datum redelijk was.
Verder werd geoordeeld dat het beleid niet in strijd is met het algemeen verbindend voorschrift van artikel 44, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, en dat er geen ongerechtvaardigd onderscheid wordt gemaakt tussen asielzoekers die een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en voor onbepaalde tijd aanvragen. Het beroep van de vreemdeling werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.