ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2540
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing vrijstelling WOZ voor waterverdedigingswerk en waardebepaling onroerende zaak
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak, gelegen aan een perceel met grond en water, deels behorend tot een waterverdedigingswerk. Centraal stond de vraag of de vrijstelling van de waarde van waterverdedigingswerken, beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen, juist was toegepast en of de waarde niet te hoog was vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat de kade onderdeel is van het waterverdedigingswerk en beheerd wordt door het Hoogheemraadschap, maar dat de overige grond niet onder dit beheer valt. Het enkele toezicht en incidentele werkzaamheden van het Hoogheemraadschap op de overige grond zijn onvoldoende om van beheer te spreken. Hierdoor is de vrijstelling slechts van toepassing op de kadegrond.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder met behulp van vergelijkingsobjecten en een waarderingsmatrix voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was. De verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de onroerende zaak waren adequaat verwerkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.