ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.F. Slijpen
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Navordering en boetebesluit inzake niet aangegeven buitenlandse provisie
Eiser kreeg een navorderingsaanslag opgelegd over een bemiddelingsprovisie van circa fl. 400.000 die op een Zwitserse bankrekening was gestort. Hij erkende ca. fl. 200.000 niet te hebben aangegeven, waardoor de omkering van de bewijslast van toepassing was. De rechtbank oordeelde dat de provisie volledig bij eiser moest worden belast, omdat hij onvoldoende bewijs leverde dat de helft aan zijn zwager toekwam.
De navorderingstermijn van twaalf jaar was van toepassing omdat de provisie op een buitenlandse rekening stond en dus als in het buitenland opgekomen inkomen werd beschouwd. De rechtbank wees het beroep van eiser tegen de navordering af, maar matigde de vergrijpboete van 50% tot 25% voor het deel dat mogelijk aan de zwager toebehoorde, vanwege de verzwaarde bewijspositie van eiser.
Ook werd de heffingsrente verminderd conform een compromis tussen partijen. De rechtbank veroordeelde de staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek van eiser om onder ede te worden gehoord werd afgewezen op grond van eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd, de boete en heffingsrente worden verminderd.