ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0875
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar Canada wegens internationale kinderontvoering
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige naar Canada, ingediend door de vader via de Nederlandse Centrale Autoriteit op grond van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering.
Feitelijk is vastgesteld dat de moeder de minderjarige in maart 2005 zonder toestemming van de vader uit Canada heeft meegenomen naar diverse landen en uiteindelijk naar Nederland, terwijl zij slechts tijdelijk het ouderlijk gezag had. De rechtbank oordeelde dat dit een ongeoorloofde overbrenging was volgens Canadees recht en het Haagse Verdrag.
De moeder voerde verweer met onder meer het argument dat de minderjarige inmiddels geworteld zou zijn in Nederland en dat terugkeer tot een ondraaglijke situatie zou leiden. De rechtbank concludeerde echter dat er onvoldoende bewijs was voor worteling en dat de terugkeer geen onaanvaardbaar risico voor het kind oplevert.
De rechtbank besloot daarom tot onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Canada en bepaalde dat het kind uiterlijk 29 april 2008 aan de vader wordt afgegeven voor meename. Tevens werd de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van het Haagse Verdrag bij internationale kinderontvoeringen en de zorgvuldige afweging van het belang van het kind bij teruggeleiding.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Canada en bepaalt dat het kind uiterlijk 29 april 2008 aan de vader wordt afgegeven.