ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4884
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit heffen leges EG-verblijfsvergunning langdurig ingezetene wegens ontbreken wettelijke basis
Eiser, houder van een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, diende op 26 juni 2006 een aanvraag in voor een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser de leges van €201,00 niet had voldaan. Eiser betoogde dat ten tijde van de aanvraag geen wettelijke basis bestond voor het heffen van deze leges en dat het heffen ervan in strijd was met zowel het nationale recht als de Europese richtlijn 2003/109/EG.
De rechtbank oordeelde dat op het moment van de aanvraag geen wettelijke grondslag bestond voor het heffen van leges, aangezien het gewijzigde artikel 3.34g van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 pas op 18 januari 2007 in werking trad. Hierdoor was het besluit van verweerder onrechtmatig. De rechtbank hoefde niet te oordelen over de vraag of het heffen van leges in strijd was met de richtlijn, omdat het beroep op het nationale recht reeds voldoende was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit in primo. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten van zowel de bezwaar- als beroepsfase en gelastte zij vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit, waarmee verweerder wordt verplicht een beslissing te nemen zonder leges te heffen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot heffing van leges wordt vernietigd wegens ontbreken van wettelijke basis.